De achilleshiel van de akkerbouw

Als ik objectief, voor zover ik dat kan, naar de akkerbouwsector kijk, ben ik best positief. De sector staat er goed voor en we zijn gewend om in bewegende markten het hoofd boven water houden. De akkerbouw genereert, op de grondgebonde veehouderij na, de hoogste toegevoegde waarde binnen het totale agrocomplex. Het agrocomplex omvat alle agrarisch gerelateerde bedrijven in Nederland waarvan de akkerbouw 20% deel uitmaakt. De teelt van de pootaardappel en daarmee het belang van de aardappel in het algemeen, werd onlangs nog positief belicht in het Achtuurjournaal. Best bijzonder in deze tijd waarin vaak een stortvloed van negatieve berichtgeving op ons af komt.

Dit betekent niet dat we achterover kunnen leunen. Maatschappelijk draagvlak krijgen en behouden is aan de orde van de dag. Dit zal bij iedere akkerbouwer tussen de oren moeten zitten. Er is onder andere werk aan de winkel op het gebied van de gewasbescherming: de achilleshiel van de akkerbouw. Hoewel we erin slagen steeds schoner te werken, is er genoeg te verbeteren op zowel het gebied van erfafspoeling als driftreductie. Waarbij erfafspoeling veruit de grootste boosdoener is. Door verbeterde doppen en spuittechnieken zijn er op het gebied van drift naar het oppervlaktewater grote stappen gezet. Getergd kijk ik dan ook naar een dreigende verplichting voor drukregistratie op veldspuiten. Wat mij betreft is dit het paard achter de wagen spannen. Ik zet me ervoor in dat we niet aan deze virtuele enkelband moeten. We zien vaker dat, ondanks al onze goedbedoelde inspanningen, we keer op keer via de media misplaatste beschuldigingen krijgen. Zo klopt het hardnekkige bericht dat gewasbeschermingsmiddelen voor de grootste oppervlaktewatervervuiling zorgen niet. Het aandeel geneesmiddelen dat geloosd wordt is maar liefst acht keer zo groot. Er zijn nou eenmaal groeperingen die geen boodschap hebben aan het werkelijke verhaal, maar ze slagen erin bijvoorbeeld supermarkten tot verandering te brengen.

Dergelijke maatregelen en voorstellen, zoals een drukregistratiesysteem, kenmerken wel de tijd waarin we leven. We zullen constant moeten laten zien wat we doen en dat we het goed doen. Alleen op deze manier kunnen we zelf aan de bal blijven. Maar door zelf aan de bal te blijven, moet je goed kunnen incasseren voordat je kunt scoren. Of het nou gaat over het mestbeleid, gewasbescherming of het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Bijna altijd komt de opmerking vanuit beleidsmakers: kom maar met een goed voorstel waarin je laat zien het beter te doen, anders bepalen wij het voor jullie. We mogen blij zijn dat wij deze kans krijgen, laten we hier dan ook gebruik van maken!

Ik ben me ervan bewust dat ik moet blijven werken aan het behoud van maatschappelijk draagvlak.


Doeko van ’t Westeinde

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Doeko van ’t Westeinde verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Doeko combineert deze functie met het werk op zijn akkerbouwbedrijf in Nieuweschans.

 

 

 

Politieke arena

Met de aftrap van het nieuwe parlementaire jaar is ook de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 gestart. Wie had van tevoren gedacht dat kabinet Rutte II met ogenschijnlijke tegenstanders als coalitiepartners de vier jaren vol zouden maken? De VVD en PvdA kenden grote tegenstellingen in de voorafgaande campagne, maar hebben tijdens de coalitieonderhandelingen de rijen gesloten. Voor de land- en tuinbouw uitte dit zich op het ministerie van Economische Zaken in een ‘rechtse’ ministerspost en een ‘linkse’ staatsecretarispost van landbouw.

Misschien wel een gouden combinatie. Met de hand op de knip toch een sociaal beleid? Dat is kort door de bocht. Maar feit is dat de land- en tuinbouw belang heeft bij een stabiel beleid. Ondanks twee wisselingen op de landbouwpost is wat mij betreft het volmaken van vier jaren een zegen, want elke kabinetsformatie betekent stilstand. En stilstand is achteruitgang.

Net als in de agrarische sector kent een kabinet een natuurlijke cyclus: eerst doorbijten, twee jaar bezuinigen en dan oogsten, getekend door lastenverlaging en hogere inkomenstoeslagen. Logisch, want de kiezer is vlak voor de verkiezing de eerste twee jaren gauw vergeten. Wat dat betreft ben ik zeer benieuwd naar dit laatste half jaar. Ik ben benieuwd of onze volksvertegenwoordigers waarmaken waar ze voor staan, of gaan zij zich richten op de nieuwe verkiezingen. Niemand wil struikelen in de laatste periode. Zeker met de belangrijke thema’s die nog op de rol staan: fosfaat, crisisbestrijding en volksgezondheid. De profilering zie je terug in verkiezingsprogramma’s waar zonder na te denken een streep gaat door megastallen of gewasbescherming. Doe mij een volksvertegenwoordiging die vooruitkijkt naar een sterke land- en tuinbouw, die met trots gedragen wordt door de Nederlandse bevolking, zonder gebruik te maken van snel sentiment.

Ik ben benieuwd welke volksvertegenwoordigers over de rug van de land- en tuinbouw stemmen proberen te winnen en wie ervoor kiest verstandige keuzes voor de land- en tuinbouw te maken. Aan ons de taak volksvertegenwoordigers goed te voeden en bij de verkiezingen in maart degenen te kiezen die vier jaar lang met gezond verstand en doorzettingsvermogen keihard blijven bikkelen voor onze toekomst.

De land- en tuinbouw hoort als economische activiteit onder het ministerie van Economische Zaken thuis.

 


Sander Thus

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Sander Thus verantwoordelijk voor de portefeuille bedrijfsovername. Dit combineert hij met zijn werk op het vleesvarkens- en akkerbouwbedrijf in Wehl.

Wet dieraantallen oplossing voor volksgezondheid!?

Begin juli verscheen het zogenaamde VGO-rapport. In het rapport stonden de resultaten centraal van het onderzoek naar de effecten van veehouderijen op de gezondheid van omwonenden. Uit he onderzoek bleek dat onder andere fijnstof en ammoniak de volksgezondheid aantasten. Naar aanleiding van het onderzoek willen staatssecretarissen van Dam (Economische Zaken) en Dijksma (Infrastructuur en Milieu) onderzoeken of het wetsvoorstel dieraantallen uit 2014 juridisch mogelijk is. Dit wetsvoorstel houdt in dat provincies en gemeenten de bevoegdheid krijgen om het aantal landbouwhuisdieren op een veehouderijlocatie te kunnen reguleren om gezondheidsproblemen bij omwonenden te voorkomen. De vraag is of je de kern van het probleem hierdoor oplost als het gaat om volksgezondheid.

Met betrekking tot de huidige wet- en regelgeving zijn er normen met betrekking tot ammoniak, geur en fijnstof waaraan bedrijven moeten voldoen. Normen zowel landelijk, provinciaal al dan niet gemeentelijk. Er is een lijst met prioritaire bedrijven. Dit zijn bedrijven die voor overlast zorgen doordat er meer uitstoot is van fijnstof dan vergund was en waar maatregelen genomen moeten worden om de uitstoot te verlagen. Daarnaast werken ook al de verschillende sectoren aan oplossingen om de uitstoot nog verder te verminderen. Bijvoorbeeld de varkenssector heeft in het Actieplan Vitale Varkenshouderij al aangegeven afspraken te willen maken met de provincies over een toekomstbestendige productiestructuur. Ook zijn er al diverse technische oplossingen waarmee de uitstoot van geur, fijnstof en ammoniak nog meer verlaagd kunnen worden, zoals luchtwassers.

Door de wet dieraantallen kan in bepaalde gebieden de ontwikkeling van bedrijven op slot gezet worden. Door het op slot zetten van gebieden wordt innovatie en vernieuwing rondom vermindering van uitstoot en verbetering dierenwelzijn geremd. Het is naar mijn inzicht daarom ook beter om bedrijfsspecifieke maatregelen te nemen zodat bedrijven zich nog kunnen ontwikkelen, ook al gaat het soms meerdere bedrijven in een gebied aan. Hiermee wordt onzekerheid bij ondernemers en kostprijsverhogende maatregelen voor bedrijven die niet bijdragen aan een verhoogde uitstoot in een gebied voorkomen. Het is beter bedrijven te stimuleren om door te ontwikkelen zodat er een toekomstbestendige veehouderij wordt opgebouwd.

Het stimuleren van innovatieve stalsystemen en technieken om uitstoot te beperken is de belangrijke sleutel om bedrijfsspecifiek te kunnen sturen en de volksgezondheid te waarborgen. Samen met onderzoekers, de overheid, het bedrijfsleven en de veehouderijen moeten we hierover in gesprek en gezamenlijk zoeken naar oplossingen. Dus geen wet dieraantallen, maar bedrijfsspecifiek sturen met als doel een positieve bijdrage aan het bedrijf, de sector en de volksgezondheid. Dit om een goede toekomst voor onze jonge boeren te waarborgen!

Verkiezingstijd

De strijd bij verschillende verkiezingen is volop losgebarsten. Allereerst natuurlijk de Young Herdmanager of the year, dan de De beste veestapel van Nederland en last but not least de Amerikaanse presidentsverkiezingen. In Amerika draaien de verkiezingscampagnes op volle toeren. Geen middel wordt geschuwd om een betere uitgangspositie te genereren dan die van de tegenstander. De strijd lijkt straks te gaan tussen Clinton en Trump. Heeft dit voor ons ook nog invloed? Jazeker! Met name het buitenlandbeleid waar Trump voor staat, kan veel invloed hebben op de handel van onze Nederlandse producten. Zo is er nu al veel commotie over TTIP, de handelsovereenkomst tussen Europa en de VS, tussen en over verschillende sectoren.

Dan terug naar eigen land. De campagnes voor de twee verkiezingen in de Nederlandse fokkerijwereld moeten nog op gang komen. Of nemen we deze keer niet het voorbeeld van Amerika en gaat het over inhoud? Natuurlijk komen in deze verkiezingen niet het beste bedrijf of de beste Young Herdmanager op alle fronten naar voren. Wél geeft het inzicht in het doel dat we met z’n allen na moeten streven: bedrijven waar processen op elkaar afgestemd zijn, waar met de inzet van de ondernemer efficiënt wordt geproduceerd en bedrijven met oog voor toekomst.

De winnaars mogen zich tenminste één jaar verblijden met een nieuwe titel. Dat betekent niet dat ze dan klaar zijn. Deze titel moet een stimulans zijn om door te gaan en zich verder te ontwikkelen. Want stilstand is achteruitgang, daar geloof ik in. Stilstand is er, wat mij betreft, als de focus niet ligt op het constant verbeteren van het resultaat per dier of per liter melk. Een verbetering die ook hoog scoort op duurzaamheid heeft dubbel effect. Allereerst in het directe bedrijfsresultaat, daarna in de prijs voor ons gewaardeerde product op de wereldmarkt. Hierin ligt een duidelijke keuze voor elke ondernemer. Ben je opzoek naar meer werk of naar meer werkplezier tegen een betere marge?

Koen Bolscher
Dagelijks bestuur NAJK, portefeuille melkveehouderij

Staatssecretaris van Voedsel

Terwijl velen van ons het mooie weer benutten om voorjaarswerkzaamheden uit te voeren, werd het idee geopperd om een ministerie van Voedsel op te richten. De oproep is niet nieuw en het moment is ook zeker geen toeval. Er zijn meerdere reden te benoemen voor een dergelijk pleidooi. Namelijk: wij zijn het enige land zonder eigen ministerie van Landbouw. Landbouw wordt te veel gezien als economische activiteit. Het beleid over voedsel is te veel versnipperd over diverse ministeries en hierdoor staan de ministeries, alle goede bedoelingen ten spijt, te ver af van de hedendaagse praktijk. En wat betreft het moment: deze oproep valt samen met het schrijven van de nieuwe verkiezingsprogramma’s. Volgend jaar mogen we naar de stembus. Hiermee kunnen politieke partijen zich perfect profileren onder de agrarische kiezers.

Waarom is er geen ministerie van Landbouw meer? In 2010 is het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur & Voedselkwaliteit opgeheven. Dit omdat de regering de ambitie had om een kleinere overheid te realiseren. Simpelweg bezuinigen. Daarom werden genoemde beleidsterreinen onderdeel van Economische Zaken. Tot op heden is dit niet verkeerd uitgepakt. Ik ben van mening dat alles valt en staat met een bewindspersoon omringd door mensen die zich goed laten infomeren en hun afwegingen maken gebaseerd op goed onderbouwde feiten. Als dit het geval is dan is de naam van het ministerie van ondergeschikt belang. Desondanks biedt een ministerie van Voedsel mogelijkheden. Voedsel is hot, het is onderdeel van onze cultuur. Je ontleent er je identiteit aan, immers je bent wat je eet. Uiteindelijk blijft goed en voldoende voedsel van levensbelang. Het is de basis voor vrede en politieke stabiliteit, zodat een economie kan blijven draaien. Dit laatste is afgelopen jaren eens te meer duidelijk geworden. Als er één sector was waar de Nederlandse overheid op kon rekenen dan was het de land- en tuinbouw. De jaarlijkse stijging van de bijdrage op de exportbalans is hiervan het bewijs.

De land- en tuinbouw zorgt reeds meerdere decennia voor voldoende voedsel van hoge kwaliteit tegen een betaalbare prijs en levert de Nederlandse economie inkomsten en werkgelegenheid. Dit alleen is in de toekomst niet voldoende. De Nederlandse land- en tuinbouw staat wereldwijd hoog aangeschreven. Daarnaast is het belangrijk te voldoen aan de wensen die er binnen markten leven. Bijvoorbeeld op het gebied van kwaliteit, gezondheid en dierenwelzijn, of een prominente bijdrage te leveren in de gestelde klimaatdoelstellingen en uitdagingen aan te gaan die er spelen in de gezondheidszorg. Maar ook de zichtbare functie die de landbouw inneemt bij de juiste inrichting van het landschap. Dit is een greep uit de voorbeelden waarop actie van ons verwacht wordt. Hierbij moet dan wel opgemerkt worden dat het moet passen binnen een verdienmodel. Anders gaat het niet werken. De overheid kan ons daarin ondersteunen door ruimte te bieden voor deze differentiatie in beleid en regelgeving. Daardoor kunnen daadwerkelijk de juiste stappen gezet worden en gaat er geen kostbare tijd verloren. Een integrale aanpak is hierbij noodzakelijk om tot de juiste oplossing te komen, waarbij  de overheid handvaten aanreikt voor oplossingsrichtingen. De land- en tuinbouw is meer dan alleen voedselproductie. Een heroprichting van een ministerie van Landbouw moet als doel hebben de uitdagingen tussen de verschillende ministeries met elkaar te verbinden. Een ministerie met een minister van Landbouw en een staatssecretaris van Voedsel kan de Nederlandse agrarische sector in staat stellen zo goed mogelijk de genoemde uitdagingen aan te gaan.

Eric Pelleboer
Voorzitter NAJK

Samenwerken in de sector

In de varkenshouderij is op dit moment het plan vitale varkenshouderij van POV een hot item. Met dit plan wil de sector de marktpositie verbeteren. De producentenorganisatie is van mening dat de varkenssector zich anders moet gaan organiseren. Veel varkenshouderijen hebben het de laatste jaren niet gemakkelijk. Misschien is de sector toe aan een andere organisatiegraad. Samenwerking is daarbij zeer belangrijk.

Voorbeelden van samenwerkingen kunnen zijn: gezamenlijk verkopen of je mestafzet regelen. Ik denk dat niet iedereen hier de kansen van inziet. De varkenssector is nu individualistisch ingesteld en een aantal initiatieven zijn mislukt. Net als de POV denk ik hier anders over. We moeten de handen ineen slaan. Het is daarom zeer belangrijk dat wij als jonge boeren nadenken over de kansen die samenwerken biedt.

Als ondernemer moet je keuzes maken en kijken wat bij jou past. Kijk hierbij ook naar hoe andere sectoren zich georganiseerd hebben en haal hier de goede dingen uit. Met een sterke ketenregisseur als Van Drie Group kunnen bijvoorbeeld kalverhouders door een contract hun risico’s beperken. Vrije handel is mogelijk. Ook binnen de pluimveewereld kent men contractvormen en vrije handel. Nieuwe samenwerkingsverbanden creëren lijkt mij in minder goede tijden geen slecht idee.

Door verbinding met elkaar te zoeken en bewustzijn te creëren bij de consument, zijn zij misschien bereid meer te betalen voor het door ons geproduceerde kwalitatief goede voedsel. Ik denk dat dit mooie kansen biedt voor onze sector. Samenwerken is immers verbinden.

Ronald van Leeuwen
Dagelijks bestuurder NAJK, portefeuille intensieve veehouderij

Vasten en vooruit!

Carnaval zit er weer op! Een periode van uitbundigheid, verkleedpartijen en veel plezier. Met optochten waarin actuele zaken op een gevatte manier de revue passeren. De zot steken met jezelf en anderen. Het is vooral een periode waarin velen het niet altijd nauw nemen met de realiteit. Dat komt deels overeen met de huidige stemming in de land- en tuinbouw. Bij hoge prijzen moet alles wijken, bij lage prijzen ligt de schuld bij een ander. Beide situaties zijn niet reëel. Gelukkig komt er na carnaval ook altijd een vastenperiode: een tijd van bezinning.

In de land- en tuinbouw zou dit ook niet verkeerd zijn. Even terug naar de basis en vervolgens met een heldere blik vooruit. Met die blik hebben wij namens NAJK onze bijdrage aan het komende essayboek ‘Aan Tafel!’ van staatssecretaris Van Dam ingestoken. Voor ons een leidraad om op een goede manier land- en tuinbouwproducten te produceren.

Wij zijn blij onze visie met de staatssecretaris te kunnen delen. Wat we nodig hebben om onze visie te verwezenlijken zijn: beschikbaarheid van grond, kapitaal en mogelijkheden tot kennisoverdracht en helder beleid. Een sterke basis. NAJK ziet de overheid als facilitator om tot een sterke vooruitstrevende land- en tuinbouwsector te komen. Als nieuwe generatie land- en tuinbouwers nemen wij graag het initiatief. Jonge boeren of tuinders zijn of worden immers de ondernemers die belangrijke stappen zullen gaan zetten.

Bij voldoende mogelijkheden en perspectief starten jonge ondernemers hun bedrijf. Om in carnavalssferen te blijven: bedrijfsovername zie ik als een moment van bezinning. Een moment om een heldere strategie uit te zetten. Vooral in de startperiode zijn jonge ondernemers vrijer een eigen visie te vormen. Als dagelijks bestuurder met portefeuille bedrijfsovername zie ik binnen NAJK veel jonge ondernemers die heel goed weten waar ze heen willen of druk bezig zijn hiertoe te komen. Met elkaar versterken, kennis delen en de juiste middelen komen we tot een vooruitstrevende land- en tuinbouwsector.

Sander Thus,
Dagelijks bestuur NAJK, portefeuille bedrijfsovername

Waar zijn de jonge boeren?

Nederland is in het eerste half jaar van 2016 voor de 12e keer voorzitter van de Raad van Ministers van de Europese Unie. Dit biedt kansen voor de landbouw: als EU-voorzitter ben je agendazettend.

Op 11 januari mocht onze kersverse staatssecretaris Martijn Van Dam laten zien welke ambities hij heeft voor het komende halfjaar. In de huidige tijd, met slechte prijzen in de melkveehouderij en de vleesvarkenssector is dit een uitdaging. Want hoe voorkom je dat een sector zich achtergesteld voelt? Of dat landen zich benadeeld voelen doordat hun grootste zorgen niet geagendeerd worden? Van Dam liet met een brede maar ambitieuze agenda zien dat dit te voorkomen valt. Per portefeuille mag iedere vakminister zijn of haar ambities voor het voorzitterschap komen toelichten voor de betreffende commissie van het Europees Parlement, waarna vragen gesteld worden. Begin januari deed Van Dam dit voor de commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Van Dam begon zijn betoog met een persoonlijke noot. Wanneer hij denkt aan de toekomst van voedsel en landbouw dacht hij aan de volgende generatie en specifiek aan zijn eigen kinderen. Want wat eten zijn kinderen in de toekomst? Hoe staan we ervoor wanneer er in 2050 9 miljard monden te voeden zijn? De staatssecretaris gaf aan niet te denken dat de EU het wereldvoedselprobleem kan oplossen maar dat zij hier wel een grote bijdrage aan kan leveren. Hij heeft dan ook een aardige ambitie: er moet duidelijkheid komen over het kwekersrecht, er moeten betere afspraken worden gemaakt over biologische landbouw, er zal gesproken worden over genetische modificatie en er moet meer gedaan worden tegen voedselverspilling. Hiermee zet hij de lijn die zijn voorganger Sharon Dijksma inzette door.

Ook pleitte Van Dam voor een gezamenlijke aanpak rond het verminderen antibioticagebruik in de veehouderij. Een beetje trots vertelde de staatssecretaris dat Nederland hier de afgelopen jaren ontzettend hard aan heeft gewerkt en het antibioticagebruik met tientallen procenten is afgenomen. Van Dam wil dat landbouw- en volksgezondheidsspecialisten samen om tafel gaan om te besluiten hoe het antibioticagebruik in de veehouderij ook elders in Europa verminderd kan worden. Ik hoop dat er ook elders in de EU echt gehandhaafd gaat worden als het gaat om antibioticagebruik. Om te kunnen concurreren met andere EU-landen zullen er duidelijke afspraken gemaakt moeten worden over vermindering van antibioticagebruik in de veehouderij. Ook sprak de staatssecretaris over de situatie rond de varkens- en melkveehouderij. Hij gaf aan niet meer geld te willen spenderen, ook al zijn de problemen groot. Hij wil inzetten op het aanboren van afzetmarkten in opkomende economieën en daarmee het verkennen van nieuwe exportmogelijkheden.

Al met al, niet verkeerd, de ambities van Van Dam, hoewel we natuurlijk nog moeten zien hoeveel er daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Toch miste ik als NAJK-bestuurder de warme woorden voor jonge boeren en tuinders. De staatssecretaris ging niet in op de échte toekomst van de sector, er was geen visie of vergezicht. Er werd zelfs niet gerept over afnemende bodemvruchtbaarheid of stijgende grondprijzen. Een gemiste kans want wij, de jonge boeren en tuinders, gaan in 2050 die miljarden monden voeden.

Iris Bouwers
Dagelijks bestuur NAJK, portefeuille internationaal

Voedselproductie het belangrijkste stukje economie?

We hebben in Europa veel zekerheden: de zekerheid dat we gevrijwaard zijn van oorlog, de zekerheid van een munteenheid waar niets mee kan gebeuren, onze oudedagsvoorziening is geregeld en onze pensioenen zijn in goede handen. Daarnaast hebben we ook nog de zekerheid dat we altijd voldoende veilig voedsel hebben.

Europa is een soort klok zonder batterij. In dit ‘veilige’ Europa is Nederland een klein radertje in het grote klokwerk. Maar wel een van de radertjes die de klok op het gebied van know how laat draaien. Vooral in de agrarisch sector blinken Nederlanders uit in innovatie, milieu en efficiëntie. Maar welke visie heeft de Nederlandse overheid om Nederland binnen Europa en op de wereldmarkt, de komende vijf tot tien jaar, vooruit te helpen? In de tuinbouw is bijvoorbeeld het areaal rozen de afgelopen jaren gekrompen, van boven de 1200 hectare naar zo’n 250 hectare omdat de productie verplaatst naar het buitenland. Ook in de tomatenteelt zie je ontwikkelingen op het gebied van productie-uitbreiding in het buitenland. Gaat deze trend doorzetten? En wat heeft dit voor gevolgen voor de Nederlandse tuinbouwsector als we niet mee kunnen komen met de internationale competitie? Dan hoor ik vaak zeggen: ‘wij hebben we de gouden driehoek’. Gouden driehoek? De verbinding tussen ondernemers, kennisinstellingen en onderwijs. Oh ja, de know how (kennis)-economie waar we in Nederland zo trots op zijn en waar we wereldwijd reclame voor maken. Als we dit delen, delen we dan ook mee in de opbrengsten? Want als de driehoek in stand gehouden moet worden, zullen de drie partijen er wat mee moeten opschieten. Ik ben van mening dat een gouden driehoek daar ontstaat waar er ontwikkeling en innovatie plaatsvinden. Daarvoor heb je ondernemers nodig die zich kunnen ontwikkelen. Als deze ontwikkeling verhuist naar het buitenland, verhuizen op termijn misschien ook de kennisinstellingen en het onderwijs. Daarnaast zal er in Nederland minder geproduceerd worden. Dit draagt bij aan de milieudoelstelling op korte termijn, maar zonder ontwikkeling en innovatie op lange termijn. Door veroudering van de bedrijven ga je er op termijn op achteruit. Dat gaat sneller dan je denkt en dit gaat ten koste van de werkgelegenheid. Velen zullen denken gelukkig minder buitenlandse arbeidskrachten, maar helaas ook minder mensen die bijdragen aan onze binnenlandse economie en minder mensen die boodschappen doen. Wel meer ruimte op de huizenmarkt, waardoor de huizenprijzen dalen en veel mensen in problemen komen met hun hypotheek. De primaire productie van voedsel in een land staat aan de basis van en werkt door op de gehele economische situatie ook binnen een rijk en ontwikkeld land als Nederland.

In Parijs zijn de onderhandelingen over het klimaat in volle gang. Hopelijk let onze overheid goed op het klimaat als milieudoelstelling en nemen ze het ondernemersklimaat ook mee in hun visie naar de toekomst.

Jan Enthoven
Dagelijks bestuur NAJK, portefeuille tuinbouw

Welkom, nieuwe staatssecretaris

Daar was hij dan opeens: de nieuwe staatssecretaris voor landbouw. Na een bewogen periode waarin Dijksma de scepter zwaaide op het ministerie van Economische Zaken is het nu de beurt aan Martijn van Dam. Nieuwe staatssecretaris, nieuwe kansen? Of moet NAJK weer helemaal opnieuw beginnen? Dat vragen veel mensen zich af tijdens deze inwerkperiode van de nieuwe staatssecretaris. Welke stempel gaat deze Martijn van Dam drukken op het beleid? En wat is de uitwerking daarvan voor jonge boeren?

Voormalig staatssecretaris Dijksma sprak vaak haar voorliefde uit voor jonge boeren en tuinders. Ze heeft, in het bijzonder binnen het GLB, geholpen om jonge boeren en tuinders een plek te geven binnen het beleid. Hiervoor verdient Dijksma onder andere meer waardering dan dat vooraf werd ingeschat.

Het is aan de nieuwe staatssecretaris Martijn van Dam om, met dezelfde bevlogenheid als zijn voorganger, de toekomst van jonge boeren en tuinders en daarmee de landbouw in Nederland verder te ontwikkelen. NAJK gaat graag deze uitdaging aan met Martijn van Dam, de nieuwe staatssecretaris!

Koen Bolscher
Dagelijks bestuur NAJK, portefeuille melkveehouderij